Klikzink

Felsplaten op een villa tussen de bomen

Een villa die tussen de bomen staat, oogt vaak rustiger dan een vrijstaand huis in open veld. Het dak schuilt half weg achter takken, het silhouet vervloeit met de omgeving. Die ligging heeft ook een keerzijde die niets met uitstraling te maken heeft: bomen laten blad vallen, werpen schaduw en houden vocht langer op het dakvlak dan een open ligging zou doen. Voor de keuze van het dakbedekkingsmateriaal maakt dat wel degelijk verschil, maar niet op de manier die vaak wordt aangenomen. Het gaat niet om of felsplaten hier kunnen; staal met een goede coating heeft geen probleem met vocht dat een paar uur langer blijft staan. Het gaat om een aantal praktische zaken die met de ligging tussen bomen samenhangen: de goot, de noordkant, en het aanzicht van een groot dakvlak dat door bladval juist minder schoon blijft dan u zou willen.

Blad in de goot is het eerste waar een eigenaar tussen de bomen mee te maken krijgt, en het heeft weinig te maken met het type dakbedekking zelf. Een plat vlak van felsplaten voert water net zo goed af als pannen of leien; het probleem zit in de afvoer, niet in het dakvlak. Bij een villa met een flauwe kap en een lange, doorlopende goot verzamelt blad zich in hoeken en bij overgangen naar hemelwaterafvoeren. Als die goot niet regelmatig wordt schoongemaakt, kan water aan de rand blijven staan, en dat is bij elk materiaal ongewenst. Het is dus geen argument tegen felsplaten, wel een argument om bij het ontwerp van de dakrand en de gootdetails rekening te houden met de plek van de bomen: hoe dichter de kruinen bij de gootlijn hangen, hoe vaker er onderhoud aan die goot nodig is. Dat onderhoud staat los van de keuze van de dakbedekking.

Mos op het noorden is de tweede kwestie, en die raakt de coating wel direct. Een dakvlak op het noorden dat overwegend in de schaduw van bomen ligt, droogt na regen langzamer op dan een zuidkant in de volle zon. Bij een ruw of poreus materiaal geeft dat mos en algen de kans om zich te vestigen, omdat sporen zich kunnen hechten aan een oppervlak met structuur. Een gladde, matte plaat met een gesloten coating biedt die sporen weinig grip; het beslaat wel, maar het oppervlak zelf blijft glad. Dat betekent niet dat er nooit een groene waas op zal komen te liggen op een noordelijk vlak onder een dichte boomkroon, maar het gaat langzamer en minder hardnekkig dan op een materiaal met een poreus of ruw oppervlak. Bij een villa met een schaduwrijke noordgevel is dit een reëel verschil tussen materialen, maar het is geen garantie: staat het dakvlak jarenlang vrijwel permanent in de schaduw van een dichte haag oude eiken, dan zal ook een gladde plaat langzaam vervuilen. De coating vertraagt het proces, ze stopt het niet.

Het derde punt is waar deze villa zich onderscheidt van een huis in open veld: het gaat om een dakvlak dat in zijn geheel zichtbaar is vanaf de weg, meestal omdat het huis wat verder van de weg af staat en tussen de bomen door te overzien is. Bij zo'n dakvlak is de baanindeling geen detail dat de aannemer er onderweg wel bij regelt, maar een keuze die het aanzicht van het hele huis bepaalt. Felsplaten zijn leverbaar in de volle lengte van het dakvlak, van 450 tot 8000 millimeter, op de millimeter gezaagd. Dat betekent dat er in principe geen dwarsnaad nodig is over een schuin dakvlak van bijvoorbeeld negen meter; de baan loopt in één stuk van goot tot nok. Bij een dakvlak dat je van de straat af in zijn volledige lengte ziet liggen, is dat verschil met het blote oog te zien: geen onderbreking in de lijn, geen naad die het vlak in stukken deelt.

De vraag die bij zo'n zichtbaar vlak wél telt, is de looprichting van de banen ten opzichte van de bomen en de kijkrichting vanaf de weg. Staat de villa met de lange kant van het dak evenwijdig aan de weg, dan lopen de felsbanen doorgaans van goot naar nok, dus haaks op de weg gezien. Dat geeft, tussen het gebladerte door, een reeks verticale lijnen die het silhouet van het dak juist rustig houden. Bij een dak dat er scheef of gebroken bij staat, zoals bij een uitbouw of een dakkapel die het vlak onderbreekt, moet de indeling van de banen daarop worden afgestemd, zodat de fels overal op een logische plek uitkomt en niet halverwege een dakvlak eindigt in een rare reststrook. Dat is bij een groot, goed zichtbaar dakvlak belangrijker dan bij een dak dat vanaf de grond nauwelijks te overzien is, juist omdat elke onregelmatigheid in de baanindeling hier opvalt.

Er is ook een situatie waarin de ligging tussen de bomen niets uitmaakt voor de keuze van het materiaal. Bij een dakvlak met voldoende helling en een goede, regelmatig onderhouden hemelwaterafvoer speelt bladval nauwelijks een rol: het meeste blad spoelt vanzelf mee met het regenwater of blijft op het dakvlak liggen tot het bij de eerstvolgende onderhoudsronde wordt weggehaald. Bij een dakvlak vanaf ongeveer zes graden helling, wat voor felsplaten de praktische ondergrens is, loopt water snel genoeg weg om verzadigd bladafval niet als een blijvend probleem te laten ontstaan. De schaduw van bomen heeft dan vooral esthetisch effect, in de vorm van een iets tragere droogtijd na regen, en dat is voor de meeste eigenaren geen reden om van materiaal te wisselen.

Waar de ligging tussen bomen wél een reden kan zijn om extra zorgvuldig te kijken, is bij een zeer flauw dakvlak, net boven de minimale helling, gecombineerd met een dichte, vrijwel permanente schaduw van naaldbomen. Naaldblad en dennenappels blijven eerder in oneffenheden liggen dan het brede blad van loofbomen, en bij een nagenoeg vlak dak met weinig afvoercapaciteit kan dat leiden tot een laag organisch materiaal die vocht vasthoudt op het vlak zelf, niet alleen in de goot. In zo'n specifiek geval is het zinvol om bij het ontwerp een iets steilere helling te overwegen dan het wettelijk minimum, zodat het vlak zichzelf beter schoonspoelt. Dat is een afweging die per dakvlak en per boomsoort verschilt, en die het best samen met de aannemer op tekening wordt besproken voordat de platen worden bijgesteld op maat.

Voor een villa tussen de bomen komt het er dus op neer dat de bomen zelf niet bepalen of felsplaten geschikt zijn, maar wel bepalen waar bij de uitvoering op gelet moet worden: de afvoer van de goot, de conditie van het oppervlak op de schaduwkant, en op een zichtbaar dakvlak de manier waarop de banen worden ingedeeld. Wilt u weten hoe dat er voor uw dakvlak concreet uitziet, dan kunt u de tekening met de ligging van de bomen en de kijklijn vanaf de weg naar ons opsturen; we kijken vrijblijvend mee naar de indeling.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink