Klikzink
Wie een offerte vraagt voor felsplaten op een villa krijgt zelden een rond getal per vierkante meter waarmee de rekensom klaar is. Dat is geen ontwijkend antwoord van de leverancier, het is een gevolg van hoe de plaat gemaakt en gelegd wordt. Bij een villa komt daar nog iets bij dat bij een loods of een rijtjeswoning niet speelt: het dakvlak is vanaf de weg in zijn geheel te zien, en de manier waarop de banen over dat vlak verdeeld worden is dan geen kwestie van efficiënt materiaalgebruik maar een zichtbare ontwerpkeuze. Dat kost tijd voordat er een schroef in het dak gaat, en die tijd staat op de rekening.
Felsplaten worden op maat gewalst, van 450 tot 8000 millimeter, op de millimeter nauwkeurig. Dat betekent dat de lengte van de banen op een villadak niet vaststaat maar per project bepaald wordt. Een dakvlak van bijvoorbeeld 9 meter lang kan in twee lange banen gelegd worden, of in drie kortere met een overlap, of met een naad die precies in het midden valt zodat het aanzicht symmetrisch is. Elke keuze heeft een ander materiaalverbruik en een andere hoeveelheid felswerk, en dat werk kost geld, niet het aantal vierkante meters op zich. Een aannemer die alleen een prijs per vierkante meter vraagt, vraagt eigenlijk naar de uitkomst van een rekensom die nog niet gemaakt is. Pas als de baanindeling vastligt, ligt de hoeveelheid materiaal vast, en pas dan is er een bedrag dat ergens op slaat.
De plaat zelf is één post: de dikte van 0,55 millimeter en het gewicht van ongeveer 5 kilo per vierkante meter liggen vast, maar de kleur niet. Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver kosten in de basis evenveel, dus daar zit het verschil niet in. Wel zit er verschil in de complexiteit van het dakvlak: een schilddak met kepers en hoekkeperstukken vraagt meer plaatbewerking dan een simpel zadeldak, en dat geldt voor vrijwel elke villa, omdat villa's zelden een eenvoudige rechthoekige plattegrond hebben. Verder telt de ondergrond: op houten dakbeschot wordt met schroeven bevestigd, op een stalen ondergrond met zelfborende schroeven, en de klemmen die onder de fels verdwijnen zijn in beide gevallen nodig maar niet in dezelfde hoeveelheid. Bevestiging is blind, er is geen zichtbare schroef in het dakvlak, en dat is precies waarom de klemafstand nauwkeurig bepaald moet worden: een fout daarin zie je niet meteen maar merk je bij de eerste storm.
Bij een schuur of een bedrijfshal wordt de baanindeling vaak overgelaten aan de dakdekker: leg de banen zo efficiënt mogelijk, snijverlies is het enige dat telt. Bij een villa met een dakvlak dat vanaf de straat of vanaf de tuin van de buren in één oogopslag te zien is, ligt dat anders. Een naad die net niet in het midden van een dakkapel valt, valt op. Een baanlengte die aan de linkerkant van het dak anders is dan aan de rechterkant, ook als dat vlak symmetrisch oogt, valt op zodra het licht er schuin op staat. Wij denken daarom op tekening mee over waar de naden komen, welke kant op de banen lopen ten opzichte van de nok, en hoe de overgang bij de gootlijn eruitziet. Dat meedenken kost niets, maar het bepaalt wel hoeveel platen er in welke lengte gewalst moeten worden, en dat heeft weer invloed op de prijs. Een villa waarbij de eigenaar zegt "leg maar neer wat het goedkoopst is" krijgt een andere rekening dan een villa waarbij de architect een tekening aanlevert met een vastgelegde baanindeling, en dat verschil zit niet in de kwaliteit van het dak maar in de tijd die aan de voorbereiding is besteed.
Stel een villa met een zadeldak van ongeveer 12 bij 8 meter, dakhelling boven de zes graden zodat felsplaten sowieso toepasbaar zijn. Op een dak van die omvang is het verschil tussen een baanindeling met een centrale symmetrieas en een baanindeling die simpelweg van links naar rechts doorloopt met een restbaan aan het eind, in de tekening klein maar op het dak zelf goed te zien. De symmetrische indeling vraagt vaker een baan die net iets korter of langer gewalst moet worden dan de standaardmaat, en dat is precies waar de plaat-op-maat van pas komt: er wordt niet gepast en geknipt op de bouwplaats, de baan komt al op de juiste lengte aan. Dat scheelt uitvoeringstijd op het dak, maar het scheelt geen materiaal; de plaat is niet goedkoper omdat hij precies past, hij is duurder om te walsen op een niet-standaardmaat. Bij een dakvlak dat vanaf de weg zichtbaar is, is die meerprijs voor veel opdrachtgevers de reden om de plaat wél op maat te laten walsen. Bij een schuur achter het huis, waar niemand de naad ziet, is die overweging er meestal niet.
Een villa met een dakvlak vol dakkapellen, schoorstenen en dakramen kort na elkaar heeft relatief veel randwerk per vierkante meter dakvlak. Bij zo'n dak is de kostprijs per vierkante meter altijd hoger dan bij een vergelijkbaar dak zonder onderbrekingen, en dat is inherent aan de vorm, niet aan het materiaal. Wie op zo'n dak vooral op de vierkantemeterprijs let, vergelijkt eigenlijk twee verschillende daken met elkaar. Ook een villa waarbij het budget vooraf hard vaststaat en er geen ruimte is om op tekening mee te denken over de baanindeling, is een geval waarin de meerwaarde van felsplaten op maat minder goed tot zijn recht komt: dan wordt er noodgedwongen gekozen voor de meest efficiënte indeling, en is het zichtbare resultaat een compromis. Dat is geen probleem, maar het is goed om dat vooraf te weten in plaats van achteraf teleurgesteld te zijn over een naad die net niet op de gewenste plek ligt.
Een betrouwbare prijsopgave voor felsplaten op een villa begint niet met vierkante meters maar met een dakopname of een tekening: de vorm van het dak, het aantal kepers en hoekkeperstukken, de ondergrond, en bij een zichtbaar dakvlak ook de gewenste baanindeling. Wie die gegevens vooraf aanlevert, krijgt een prijs die op iets concreets slaat in plaats van op een gemiddelde. Levert u een tekening aan of laat u het dak inmeten, dan denken wij daar kosteloos in mee, ook over waar de naden het beste kunnen vallen op een dakvlak dat vanaf de weg te zien is.