Klikzink
Wie een recreatiewoning van een nieuw dak of nieuwe gevelbeplating wil voorzien, komt bijna altijd bij dezelfde twee opties uit: felsplaten van staal of platen van echt zink. Ze lijken op elkaar, ze worden op dezelfde manier gelegd met een opstaande fels, en op afstand is met het blote oog nauwelijks verschil te zien. Toch verschillen ze op precies de punten die bij een recreatiewoning het meest wegen: prijs, uitzetting en de vraag of er gesoldeerd moet worden. En dat laatste raakt direct aan iets waar veel recreatiewoningen aan lijden: een lichte kapconstructie uit de jaren zestig tot tachtig die nooit is berekend op zwaar dakmateriaal.
Recreatiewoningen uit die periode zijn vaak opgetrokken met een eenvoudige houten spantconstructie, bedoeld om een lichte dakbedekking te dragen zoals golfplaten, rietbedekking of dunne dakpannen. Wanneer eigenaren nu overstappen op metaal, is het gewicht van dat metaal geen bijzaak maar een van de eerste dingen die we controleren. Zink weegt aanmerkelijk meer dan onze stalen felsplaten. Onze platen komen op ongeveer 5 kilo per vierkante meter, zink ligt daar duidelijk boven. Op een gemetselde woning met een degelijke gordingconstructie maakt dat verschil weinig uit. Op een recreatiewoning met een lichte spanten-constructie kan het verschil tussen 5 kilo en een aanmerkelijk zwaardere zinkplaat betekenen dat de bestaande gording het net wel, of net niet aankan zonder versteviging. Wij hebben dat destijds meegemaakt bij een woning in de Veluwse bosrand: de eigenaar wilde graag zink vanwege de uitstraling, maar de aannemer constateerde bij het opmeten dat de bestaande gordingen al doorbogen onder het gewicht van oude vezelcementplaten. Extra sporen aanbrengen kostte meer dan het verschil in materiaalprijs tussen zink en staal ooit zou goedmaken. Daar is uiteindelijk voor stalen felsplaten gekozen, niet omdat zink minder goed zou zijn, maar omdat de constructie eronder de doorslag gaf.
Recreatiewoningen zijn meestal compact: een kapoppervlak van pakweg vijftig tot negentig vierkante meter is gangbaar. Op die schaal lijkt het verschil in materiaalprijs tussen zink en staal misschien te overzien, maar de praktijk laat iets anders zien. Zink is een grondstof waarvan de prijs meebeweegt met de wereldmarkt, en die prijs ligt structureel boven die van verzinkt en gecoat staal. Bij een klein dakvlak valt dat verschil in absolute euro's soms mee, maar het weegt harder door omdat de vaste kosten, zoals stelling, transport en arbeidsuren, bij een klein dakvlak per vierkante meter juist hoger uitpakken. Een eigenaar die toch al fors moet investeren in stelling voor een dak van zeventig vierkante meter, wil niet dat het materiaal zelf de begroting nog verder oprekt. Bij meerdere recreatiewoningen op één park geldt dat verhaal in het kwadraat: een parkbeheerder die tien of twintig chalets van nieuwe dakbedekking wil voorzien, merkt het prijsverschil per vierkante meter uiteindelijk in een aanzienlijk bedrag over het hele project. Voor dat soort volumeprojecten kiezen parkbeheerders vaker voor staal, juist om de begroting per woning behapbaar te houden zonder op detaillering in te leveren.
Echt zink wordt op naden en overgangen doorgaans gesoldeerd: bij hoeken, doorvoeren, goten en aansluitingen op schoorstenen wordt de plaat dichtgesoldeerd tot een waterdichte verbinding. Dat is precisiewerk waarvoor een loodgieter of zinkspecialist met soldeerervaring nodig is, en niet elke dakdekker die op een recreatiepark werkt heeft die vaardigheid stevig in de vingers. Onze stalen felsplaten hebben dat soldeerwerk niet nodig: de banen worden blind bevestigd met klemmen onder de fels, zonder zichtbare schroeven, en overgangen worden mechanisch afgewerkt in plaats van gesoldeerd. Dat is een reden waarom aannemers die maar af en toe een zinken dak aanpakken, liever voor felsplaten kiezen: het legproces sluit aan bij vaardigheden die op de bouwplaats al aanwezig zijn. Wij spraken een aannemer die jarenlang alleen dakpannen en EPDM had gelegd, en die voor het eerst een metalen dak op een recreatiewoning aannam. Hij gaf zelf aan dat hij liever met klikfelsplaten werkte dan met zink, simpelweg omdat hij geen soldeerbrander wilde huren en inhuren voor een klus van een paar dagen. Dat is geen oordeel over de kwaliteit van zink, maar een praktische afweging over wie het werk uitvoert en wat die persoon beheerst.
Recreatiewoningen staan vaak vrijstaand tussen bomen of open in het veld, zonder de beschutting van omliggende bebouwing. Daardoor krijgen dak en gevel de volle temperatuurwisseling van de dag te verwerken, van felle zon in de ochtend tot een koude avond. Zink zet bij temperatuurschommelingen behoorlijk uit en krimpt weer, en daar moet in de detaillering rekening mee gehouden worden, zeker bij langere banen. Onze stalen platen zetten ongeveer half zoveel uit als zink bij dezelfde temperatuurwisseling. Op een klein dakvlak van een recreatiewoning, waar de baanlengtes toch al beperkt zijn door de omvang van het gebouw, is dat verschil in de praktijk minder dwingend dan op een lange gevel van een groot pand. Maar bij een plat of licht hellend dak, waar felsplaten al vanaf zes graden dakhelling toegepast kunnen worden, telt iedere seizoensbeweging toch mee voor de levensduur van de naden. Wij merken dat eigenaren die hun recreatiewoning het hele jaar gebruiken, met sterke temperatuurverschillen tussen een koude winternacht en een zonnige zomerdag, de geringere uitzetting van staal als een prettige bijkomstigheid ervaren, ook al is het niet de eerste reden waarom ze voor een materiaal kiezen.
Er zijn recreatiewoningen waarbij wij zelf zouden aanraden om naar zink te kijken in plaats van naar onze eigen platen. Op een woning met een monumentale of sterk verouderende uitstraling, waarbij de eigenaar bewust een levendig, natuurlijk verouderend zinkoppervlak wil dat mettertijd een grijzige patina krijgt, is zink een keuze die bij die wens past. Onze felsplaten zijn leverbaar in drie matte kleuren die niet vergrijzen zoals natuurlijk zink dat doet, en dat is voor sommige eigenaren precies de reden om níet voor staal te kiezen. Ook op recreatiewoningen waar de kapconstructie al zwaar en overgedimensioneerd is, zoals bij nieuwere chalets met een betonnen of stalen dakconstructie, speelt het gewichtsargument niet en valt de keuze puur op smaak en budget.
Als u twijfelt tussen zink en stalen felsplaten voor uw recreatiewoning, is de eerste stap altijd het laten beoordelen van de bestaande kapconstructie door iemand die het gewicht van de nieuwe bedekking kan doorrekenen. Pas als daar duidelijkheid over is, wordt de keuze tussen prijs, onderhoud aan naden en de vaardigheden van de uitvoerende partij pas echt concreet. Wilt u een indicatie van maatvoering of gewicht voor uw specifieke dak, dan denken wij kosteloos mee op tekening.