Klikzink

Felsplaten op een lessenaarsdak recreatiewoning

Een lessenaarsdak lijkt op papier het eenvoudigste dak dat er is: één vlak, geen nok, geen hoeken die tegen elkaar aan lopen. Bij recreatiewoningen komt dit type veel voor, vooral bij de wat kleinere bungalows en chalets die tussen de jaren zestig en tachtig zijn neergezet. Juist die eenvoud maakt het aantrekkelijk om zelf met felsplaten aan de slag te gaan, of om een aannemer te vragen het karwei in een paar dagen te doen. Dat kan ook, maar het dak vraagt op een paar punten net iets andere keuzes dan een zadeldak of een schilddak, en die punten liggen niet waar u ze op het eerste gezicht zou zoeken.

Het meest praktische verschil met andere dakvormen is de baanlengte. Bij een lessenaarsdak loopt de plaat van de hoge rand naar de lage rand in één stuk, zonder onderbreking door een nok. De diepte van het dakvlak is dus meteen de lengte van de baan die u bestelt. Bij een recreatiewoning van vier tot zes meter diep is dat een baanlengte die in één keer op de rol past, en dat is precies het voordeel: geen overlap halverwege het vlak, geen extra naad waar water zich kan verzamelen. Bij Klikzink worden de platen op maat gewalst, tot op de millimeter, dus u hoeft niet uit te gaan van een standaardmaat die net niet past. Dat scheelt een naad die u anders had moeten afdichten of overlappen, met het risico dat daar op termijn een lek ontstaat.

Waar de hoge rand op let

De rand aan de hoge kant van een lessenaarsdak is de rand waar meestal de gevel van het aangrenzende volume tegen omhoog loopt, of waar het dak aansluit op een setje dakramen of een hoger bouwdeel. Hier moet het water dat van boven de plaat instroomt, netjes worden opgevangen zonder dat het onder de bovenste plaat door kan kruipen. Bij een recreatiewoning is dit vaak de plek waar in de oorspronkelijke bouw een simpel stukje loodslabbe of een reep bitumen is gebruikt, aansluitend op een gevelbekleding die inmiddels aan vervanging toe is. Bij het aanbrengen van felsplaten verdient deze rand een nieuwe, doorgetrokken randafwerking die onder de gevelbekleding of tegen de muur omhoog komt, met voldoende overlap om opstuwend water bij storm buiten te houden. Een aannemer die hier alleen de oude aansluiting hergebruikt, bouwt een zwakte in die u pas na een paar jaar merkt, als het binnen op die plek vochtig wordt.

De lage rand is de druiplijn en verdient net zo veel aandacht, al is het probleem daar anders. Hier moet het water van de plaat af kunnen lopen in de goot, zonder dat het achter de goot langs of onder de plaat door naar de gevel toe kruipt. Bij een dakhelling die net op de grens van zes graden ligt, wat bij oudere lessenaarsdaken op recreatiewoningen regelmatig voorkomt, loopt het water langzamer af dan bij een steiler dak. Dat betekent dat de druiprand iets ruimer overstek nodig heeft en dat de gootaansluiting preciezer moet worden uitgevoerd dan bij een dak met veel helling. Bij minder helling dan zes graden raden wij felsplaten sowieso af; dan is de kans op stilstaand water bij de fels te groot, en is een andere dakbedekking passender.

De lichte kap uit die jaren is het echte aandachtspunt

Wat dit gebouwtype vooral onderscheidt, is niet de vorm van het dak maar de constructie erachter. Veel recreatiewoningen met een lessenaarsdak zijn gebouwd in een periode waarin de kapconstructie licht werd uitgevoerd: dunne dakplaten, spaarzaam gedimensioneerde spanten, en een dakbedekking die vaak niet meer was dan bitumen op board of een laagje golfplaat. Die constructies zijn niet berekend op de belasting van dakpannen of een dik pakket beton- of leien dakbedekking. Felsplaten wegen ongeveer vijf kilo per vierkante meter, wat in de praktijk betekent dat u op een lichte kap kunt overstappen naar een duurzamer dakbeeld zonder de spanten te moeten verzwaren. Dat is precies waarom dit materiaal bij deze categorie recreatiewoningen zo vaak terugkomt: niet omdat het dak plat of schuin is, maar omdat het gewicht van de nieuwe bedekking niet mag toenemen ten opzichte van wat er al lag.

Dat licht gewicht is meteen ook waar het misgaat als een aannemer niet goed kijkt naar de ondergrond. Bij een lessenaarsdak wordt vaak gedacht dat je de platen zo over de bestaande bitumen of golfplaat heen kunt bevestigen. Dat kan bij een vlakke, stevige onderconstructie, maar bij veel recreatiewoningen uit die bouwperiode is de bestaande beplating zelf al enigszins doorgezakt of vermolmd op de plekken waar het dak lekt heeft. Felsplaten worden blind bevestigd met klemmen onder de fels, op houten dakbeschot met schroeven; als dat beschot zacht is geworden, houdt de bevestiging niet vast zoals bedoeld, ook niet als de plaat er zelf prima uitziet. Een goede aannemer controleert daarom eerst de stevigheid van het bestaande dakbeschot voordat hij de eerste baan legt, en vervangt zwakke stukken in plaats van er overheen te werken.

Een tweede plek waar het misgaat is de baanrichting ten opzichte van de heersende windrichting. Bij een enkel hellend vlak zonder nok staat de volledige oppervlakte van het dak onder één hoek naar de wind toe, zonder dat een tegenoverliggend vlak de belasting verdeelt. Bij een blootgesteld terrein, wat bij recreatieparken aan de kust of open in de bossen regelmatig het geval is, wil dat zeggen dat de klemmen onder de fels en de randafwerkingen bij de hoge en lage rand iets zwaarder worden belast dan op een beschut perceel. Dat is geen reden om een ander materiaal te kiezen, maar wel een reden om bij de bestelling en de montage rekening te houden met een iets dichtere klemafstand of een stevigere randbevestiging dan de standaard die voor een beschutte locatie zou volstaan.

Wat u kunt meenemen naar het gesprek

Als u een aannemer laat offreren voor een lessenaarsdak op uw recreatiewoning, is het zinvol om zelf te vragen naar de staat van het bestaande dakbeschot, de manier waarop de hoge rand tegen de aangrenzende gevel wordt afgewerkt, en de overstek bij de lage rand in verhouding tot de helling van uw dak. Bij Klikzink denken we op basis van een tekening mee over de indeling van de banen over uw specifieke dakvlak, zodat de plaat in één stuk van hoge naar lage rand loopt; dat meedenken kost niets. Heeft u de maten van uw dakvlak, dan kunnen we een indeling voorstellen die bij uw situatie past.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink