Klikzink
Een boerderij in een beschermd dorpsgezicht valt niet zomaar onder de gewone regels voor een dakvervanging. De gemeente toetst niet alleen of het dak dicht is, maar ook of het beeld van de boerderij in de straat of aan de rand van het dorp hetzelfde blijft. Dat raakt drie dingen die met een gewoon boerderijdak nauwelijks een rol spelen: de kleur, de glans van het materiaal en de manier waarop het dakvlak reageert op een gebinte dat vaak al honderd jaar oud is en zelden nog helemaal recht ligt.
Bij een beschermd dorpsgezicht kijkt de welstandscommissie naar het silhouet en de kleurstelling van het geheel, niet naar het merk van de dakbedekking. Een dak dat van veraf te veel opvalt door glans of door een kleur die niet in de omgeving past, kan een reden zijn om een aanvraag terug te sturen, ook als de plaat zelf van goede kwaliteit is. Bij felsplaten werkt dat in het voordeel van de aanvrager, omdat de platen mat zijn uitgevoerd, met een glansgraad onder de vijf. Dat is de mate van glans die van een afstand als rustig oogt, vergelijkbaar met wat een verweerd zinken of lood dak laat zien. De kleuren die wij leveren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, zijn geen toevallige keuze: het zijn tinten die in de meeste welstandsnota's voor boerderijen en schuren als passend worden beschreven, naast pannen in antraciet of gedekt zwart. Dat betekent niet dat elke commissie automatisch akkoord gaat. Het betekent wel dat de discussie zelden over de kleur van de plaat zelf gaat, en vaker over de vraag of een fels op deze boerderij een logisch materiaal is, gezien de kap en de omgeving.
Hier zit een grens die we niet mooier maken dan hij is. Bij een boerderij met monumentale status, of met een dakvlak dat in de omschrijving van het beschermde gezicht specifiek als rieten of golfplaten dak wordt genoemd, kan de eis zijn dat het aanzien van het materiaal zelf behouden blijft. Dan helpt geen kleurkeuze. Dat is geen kwestie van welstand kritisch laten meekijken, maar van een voorschrift dat het type dakbedekking vastlegt. In die gevallen is de eerste stap niet het kiezen van een plaat, maar het nagaan bij de gemeente wat er precies vastligt voor dit ene gebouw.
De tweede omstandigheid die deze boerderijen anders maakt, is de constructie zelf. Een gebint van honderd jaar oud is meestal met de hand gezaagd en op het oog gestapeld, niet gefreesd op een machine. De sporen liggen zelden precies in het verlengde van elkaar, de nok kan over de lengte van het dak een paar centimeter verzakt zijn, en de gordingen liggen soms met een lichte draai. Voor pannen is dat te ondervangen met de speling die de pan zelf heeft; voor een stalen plaat die in banen van soms meer dan tien meter wordt gelegd, ligt dat anders.
Onze felsplaten worden per project op maat gewalst, tot op de millimeter, van 450 tot 8000 millimeter lengte. Dat lost een deel van het probleem op, want de baan hoeft niet te worden ingekort op de bouwplaats. Het lost niet op dat het dakvlak zelf niet vlak is. Bij een boerderij met een duidelijke bolling in het dakvlak, iets wat bij oude rieten kappen regelmatig voorkomt omdat het riet zelf die vorm nodig had, moet eerst worden bepaald of de nieuwe onderconstructie die welving volgt of juist een vlak vlak maakt. Wij denken daarin mee op tekening, zonder kosten, maar de keuze zelf ligt bij de aannemer en de eigenaar: een vlak dakvlak onder de fels geeft een rustiger resultaat en is eenvoudiger te leggen, een golvend vlak behoudt het historische silhouet maar vraagt meer overleg over de klemmen en de ondersteuning per baan.
De fels zelf, de haaks opstaande rand van 35 millimeter, is daarbij minder het probleem dan vaak wordt gedacht. Die verbinding is blind, met klemmen onder de fels bevestigd, dus er zijn geen zichtbare schroeven die op een ongelijk vlak lastig recht te zetten zijn. Bij montage op het bestaande houten dakbeschot werkt dat met schroeven in het hout; bij montage op een nieuwe stalen ondersteuning met zelfborende schroeven. In beide gevallen blijft het aanzicht van boven hetzelfde, en dat aanzicht is precies waar welstand naar kijkt.
Een derde punt dat bij deze boerderijen zwaarder telt dan bij een gewone schuur, is het gewicht van de nieuwe dakbedekking op een kap die voor iets anders is gebouwd. Een gebint dat ooit is berekend op riet of op oude dikke pannen, is niet automatisch overbelast door een lichter materiaal, maar andersom is wel een aandachtspunt: als het gebint al zwak is door houtrot of door jarenlange doorbuiging, is elk gewicht een punt van aandacht. Felsplaten wegen ongeveer vijf kilo per vierkante meter, wat aanmerkelijk lichter is dan veel keramische pannen. Dat is geen argument om de conditie van het gebint over te slaan; het is wel een gegeven dat de constructeur meeneemt als hij het gebint beoordeelt voor een omgevingsvergunning bij een monument.
Niet elke boerderij in een beschermd dorpsgezicht heeft met al deze punten te maken. Een boerderij die weliswaar in het beschermde gezicht valt maar zelf niet is aangemerkt als beeldbepalend, en waarvan het gebint bij eerdere verbouwingen al is rechtgezet of vervangen, wijkt in de praktijk niet veel af van een gewone dakvervanging. De welstandstoets blijft dan beperkt tot kleur en glans, en die twee liggen met de mat uitgevoerde felsplaten al binnen wat gangbaar wordt geaccepteerd. Ook als het dak al vlak is gelegd op een recentere onderconstructie, is de oude leeftijd van het gebint verderop in de kap geen reden om anders te ontwerpen.
De volgorde die in de praktijk werkt, is eerst nagaan bij de gemeente wat precies is vastgelegd voor deze boerderij: alleen het beschermde dorpsgezicht, of ook een monumentale status met eisen aan het materiaal zelf. Daarna, met die informatie, kan een aannemer het dakvlak opmeten en de staat van het gebint beoordelen. Pas op dat moment heeft het zin om de platen op maat te laten walsen. Wij kijken graag mee op de tekening van uw dakvlak, kosteloos, om te bepalen welke lengtes en welke ondersteuning bij uw situatie passen.