Klikzink
Een aanbouw die los tegen een hoog hoofdgebouw aan staat, of die zelf hoger is dan de schutting of de buren ernaast, krijgt een andere windbelasting dan een lage uitbouw die ingesloten staat tussen twee bestaande muren. Dat is geen kwestie van gevoel, het is een rekenkundig verschil. Windbelasting op een dakvlak neemt toe met de hoogte boven maaiveld en met de mate waarin het vlak vrij ligt voor de wind. Een aanbouw aan de achterzijde van een rijtjeshuis, verscholen tussen twee opgaande muren, ondervindt een fractie van de belasting die een vrijstaande uitbouw op een hoek of naast een open tuin te verduren krijgt. Voor felsplaten betekent dat vooral één ding: de klemafstand onder de fels.
De klemmen die de plaat op de ondergrond houden, zitten verdekt onder de haaks opstaande fels van 35 millimeter. Hoe dichter deze klemmen bij elkaar staan, hoe meer weerstand het dakvlak kan bieden aan opwaartse windkracht. Bij een laag, ingesloten dakvlak is een ruimere klemafstand vaak voldoende. Bij een hoog en vrijstaand dakvlak moet de afstand kleiner, soms fors kleiner. Dat is een rekensom die per project gemaakt wordt, aan de hand van de hoogte, de omgeving en de vorm van het dak; wij denken daar bij het inmeten en tekenen in mee, maar een vaste waarde die voor elke aanbouw geldt bestaat niet.
Hoogte alleen zegt niet alles. Een aanbouw van twee meter hoogte die vlak tegen een hoge, brede achtergevel aanleunt en aan drie zijden wordt afgeschermd door muren, ondervindt minder wind dan een aanbouw van dezelfde hoogte die aan een hoek van het perceel staat, met vrij zicht over een gazon of straat. Het is de combinatie van hoogte en vrije aanstroming die de belasting bepaalt. Een uitbouw die als een aanhangsel tussen twee bestaande bouwvolumes ligt, gedraagt zich anders dan een aanbouw die als los volume de wind van drie kanten kan ontvangen.
Dit onderscheid is precies waarom een aannemer niet zomaar kan afgaan op de oppervlakte van het dak of de manier waarop een vergelijkbare aanbouw twee straten verderop is afgewerkt. Twee aanbouwen met identieke afmetingen kunnen een andere klemafstand nodig hebben, alleen omdat de ene vrij in de wind staat en de andere niet.
Het dakvlak zelf is met de juiste klemafstand goed te beheersen. Waar het vaker mis gaat, is bij de aansluiting van de nieuwe felsplaten op de bestaande gevel van het hoofdgebouw. Deze aansluiting is het punt waar twee bouwdelen van verschillende leeftijd, verschillend materiaal en verschillende zetting op elkaar moeten sluiten, en het is precies hier dat wind grip krijgt als de detaillering niet klopt.
Bij een lage, ingesloten aanbouw is deze aansluiting relatief rustig: de wind komt er nauwelijks bij. Bij een hoge, vrijstaande aanbouw staat deze rand bloot aan drukverschillen die bij een randaansluiting het felswerk kunnen optillen als de opkant, de loodslabbe of de inwerking niet is afgestemd op die belasting. De klassieke fout is een aanbouw waarvan het dak keurig is uitgevoerd met correcte klemafstanden, maar waarvan de aansluitrand op de gevel is afgewerkt zoals dat bij een windluwe situatie zou volstaan. Na een paar stormen ontstaat daar de eerste beweging, niet in het midden van het vlak.
De reden dat dit specifiek bij hoge, vrijstaande aanbouwen speelt, is dat de gevel van het hoofdgebouw op die hoogte zelf ook meer wind te verduren krijgt, en de overgang tussen twee verschillende constructies nooit even stijf is als een doorlopend vlak. Er ontstaat een soort naad waar krachten zich concentreren. Een aannemer die alleen naar het dakvlak kijkt en de aansluiting behandelt als een standaard randafwerking, onderschat precies het punt waar bij dit gebouwtype de meeste schade ontstaat.
Bij een hoge, vrije aanbouw verdient de rand langs de bestaande gevel een eigen afweging, los van de rest van het dak. Dat kan betekenen dat de klemmen langs die rand dichter op elkaar komen dan verderop op het vlak, of dat de aansluitdetails met meer overlap en een stevigere bevestiging worden uitgevoerd dan bij een ingesloten uitbouw gebruikelijk is. Ook de keuze tussen bevestiging op houten regelwerk of op een stalen ondergrond speelt hier een rol: op hout wordt met schroeven gewerkt, op staal met zelfborende schroeven, en de ondergrond moet bij een zwaarder belaste rand voldoende vast liggen om die extra bevestigingspunten te kunnen dragen.
De felsplaten zelf, met hun werkende breedte van 475 millimeter en een plaatdikte van 0,55 millimeter, veranderen niet van eigenschap omdat een dak hoog en vrij staat. Het gewicht van ongeveer 5 kilo per vierkante meter en de uitzetting, die ongeveer half zo groot is als bij zink, blijven gelijk. Wat verandert is de manier waarop de platen aan de ondergrond worden gekoppeld en hoe de rand tegen de bestaande gevel wordt afgewerkt. Dat is een detailleringsvraag, niet een materiaalvraag.
Staat de aanbouw laag en ingesloten tussen bestaande muren, bijvoorbeeld een achteraanbouw van een tussenwoning die aan twee zijden wordt afgeschermd, dan is er weinig reden om af te wijken van een standaard klemafstand en een gangbare aansluitdetail. De wind komt er simpelweg niet bij in de mate die een aangepaste opbouw rechtvaardigt. Ook bij een aanbouw die weliswaar op zichzelf staat maar laag blijft en in een luwe tuin ligt, is de belasting doorgaans beperkt. Het is de combinatie van hoogte boven maaiveld, vrij zicht voor de wind en een kwetsbare aansluiting op een bestaande gevel die de aanpassing rechtvaardigt, niet de aanbouw op zichzelf.
Het heeft dus geen zin om bij elke aanbouw automatisch de zwaarste variant te vragen. Een aannemer die voor een windluwe situatie toch de dichtste klemafstand en de zwaarste randdetaillering toepast, maakt het werk duurder zonder dat het dak daar iets aan heeft. De vraag die er echt toe doet, is of het dakvlak van de aanbouw vrij in de wind staat en of de aansluiting op het hoofdgebouw op die plek een naad vormt die bij storm kan gaan werken.
Geef bij het inmeten aan hoe de aanbouw ten opzichte van het hoofdgebouw en de omgeving staat: vrijstaand of ingesloten, hoog of laag, met of zonder beschutting van bomen, schuttingen of andere bebouwing. Aan de hand daarvan werken wij de klemafstand en de aansluitdetail op de bestaande gevel uit, op maat gesneden en op tekening, zonder dat dit meedenken u iets kost.