Klikzink
Veengrond zakt. Niet plotseling, maar geleidelijk, en meestal ongelijk: de ene fundatiepoer daalt sneller dan de andere, een aanbouw zakt anders dan het hoofdgebouw waar hij tegenaan staat. Voor een schuur of een berging is dat vervelend maar meestal draaglijk. Voor een zwembadoverkapping ligt dat anders, omdat het gebouw een lange, doorgaande overspanning heeft en omdat het dakvlak zelf al onder spanning staat door het klimaat aan de binnenzijde. Zetting en binnenklimaat zijn twee verschillende problemen, maar ze werken op dezelfde plek: het dakvlak moet kunnen bewegen zonder te scheuren, en het moet vocht van binnenuit kunnen afvoeren zonder dat de constructie daar wat van merkt.
We krijgen deze vraag vaak van aannemers die een overkapping bouwen op een kavel waar de fundering op palen staat, maar de opgaande constructie en het dak niet. Dat is precies het punt: de paalfundering zakt niet of nauwelijks, maar de vloer, de wanden en het dak volgen de veenlaag daaromheen wél een beetje. Er ontstaat een verschil in beweging tussen wat vastzit aan de palen en wat meebeweegt met de grond. Bij een star dakvlak, zoals bitumen of een aaneengesloten plaatmateriaal zonder rekruimte, komt die beweging ergens terecht als scheur of als lekkage bij een doorvoer. Bij een gefelst stalen dak ligt dat anders, en dat is de eerste vraag die we met een opdrachtgever doornemen.
Felsplaten liggen los op de gording, vastgezet met klemmen onder de fels. Er zit geen doorlopende verlijming en geen aaneengesloten kit- of lasnaad die de platen aan elkaar en aan de ondergrond klinkt. Elke baan kan, binnen de marge die de bevestiging toelaat, onafhankelijk van de volgende meebewegen. Bij een lichte zetting van de constructie, bijvoorbeeld omdat een deel van het gebouw op een minder stevig deel van de veenlaag staat dan een ander deel, verdeelt het dakvlak die beweging over de naden in plaats van die op één zwakke plek te concentreren. Dat is geen garantie dat er nooit iets gebeurt; bij een echt grote of plotselinge zetting, zoals na een droge zomer waarin veen versneld inklinkt, kan ook een gefelst dak vervormen. Maar de marge tussen normale zetting en een probleem is bij dit systeem ruimer dan bij een dakbedekking die als één geheel is verlijmd of gelast.
De fels zelf helpt daar ook aan mee. Een felsnaad van 35 mm is geen verbinding die je makkelijk lostrekt, maar het is ook geen las: de twee platen grijpen in elkaar en kunnen bij lichte vervorming van de ondergrond enigszins ten opzichte van elkaar bewegen zonder dat de naad openbreekt. Bij bitumen of EPDM zit de waterdichtheid juist in het oppervlak zelf, in de aaneengesloten laag; scheurt die laag, dan lekt het direct op die plek. Bij felsplaten zit de waterdichtheid in de vorm van de naad, en die vorm blijft grotendeels intact ook als de plaat onder lichte spanning staat.
Dit voordeel geldt voor lichte, geleidelijke zetting binnen de gording en de dakconstructie. Het geldt niet voor een fundering die scheef zakt over de volle breedte van het gebouw, of voor een situatie waarin de draagconstructie zelf al buiten de toelaatbare hoek komt. Dan is het probleem niet het dakvlak maar de constructie daaronder, en daar los je niets aan op met een andere dakbedekking. Als de palen op verschillende diepte in de draagkrachtige laag zijn geheid, of als een deel van de fundering niet op palen staat en een ander deel wel, dan hoort de oplossing bij de constructeur en de funderingsadviseur, niet bij de dakleverancier. Wij zeggen dat ook zo tegen aannemers die ons bellen met een scheefgezakte bestaande overkapping: een nieuw dak legt de tekortkoming van de fundering niet recht, het voorkomt alleen dat kleine, normale bewegingen meteen tot lekkage leiden.
Zetting is het argument waarmee het gesprek meestal begint, maar het is niet de kern van de opgave bij een zwembadoverkapping. De kern is wat er binnen in de lucht hangt. Boven een verwarmd bad staat de lucht vol waterdamp, vaak met chloor of andere zwembadchemicaliën erin. Die lucht wil naar buiten, en de kortste weg naar buiten is omhoog, door het dak. Gebeurt dat ongecontroleerd, dan condenseert de damp tegen de onderzijde van de koude dakplaat, druipt terug naar binnen of, erger, trekt de isolatie en de houten of stalen gording binnen in de constructie natuurlijk richting nat. Bij een gebouw op veengrond, waar de fundering en de vloer vaak al met enige vochtdruk uit de grond te maken hebben, is het funest om daar bovenop ook nog vocht van binnenuit tegen de constructie te krijgen. Twee vochtbronnen die elkaar versterken maken hout- en staalrot moeilijker te herkennen en sneller ernstig.
De oplossing zit niet in de felsplaat zelf, die is aan de buitenzijde en houdt regen buiten, maar in de opbouw daaronder: een dampremmende laag aan de warme, binnenste zijde van de isolatie, met dichte aansluitingen bij elke doorvoer, elke gordingaansluiting en elke overgang naar een wand. Een dampremmer die op één hoek niet goed aansluit, is in de praktijk een dampremmer die niet werkt: de lucht zoekt de kortste weg naar de koude kant, en dat is precies de zwakke plek in de folie. Bij een zwembadoverkapping controleren wij daarom liever driemaal de aansluitingen van de dampremmer dan dat we een duurdere plaatdikte adviseren; het isolatiemateriaal en de felsplaat zijn zelden waar het misgaat.
Ventilatie boven de dampremmer is het tweede deel van diezelfde opgave. Ook een goede dampremmer houdt niet alle vocht tegen, en de kleine hoeveelheid die er doorheen komt, moet een weg naar buiten hebben zonder tegen de onderzijde van de stalen plaat te blijven hangen. Een geventileerde luchtspouw tussen isolatie en dakplaat, met open nok en voet, voert dat restvocht af voordat het kan condenseren. Bij een dakhelling vanaf zes graden, wat voor felsplaten het minimum is, werkt die ventilatie door natuurlijke opdrijving vaak al voldoende; bij extra vlakke overkappingen, dicht bij dat minimum, is mechanische afzuiging in de zwembadruimte zelf vaak nodig om de dampdruk laag genoeg te houden dat de dakopbouw het aankan.
De combinatie van zetting en binnenklimaat leidt tot twee praktische keuzes. Voor de ondergrond: reken op een dakvlak dat kleine bewegingen in de constructie kan volgen, en zorg dat de bevestiging van de felsplaten, met klemmen onder de fels, niet strak vastzit maar de plaat enige speling geeft in de lengterichting. Voor het binnenklimaat: leg het zwaartepunt van het ontwerp niet bij de dakplaat maar bij de dampremmer, de aansluitingen daarvan en de ventilatie van de spouw. Een aannemer die alleen naar de buitenzijde van het dak kijkt en de binnenkant als bijzaak behandelt, loopt bij dit gebouwtype het grootste risico, ook als de gekozen dakbedekking op zichzelf goed is.
Wilt u een dakopbouw voor een zwembadoverkapping op een kavel met veengrond laten doorrekenen, of wilt u weten welke dampremmende opbouw bij uw ontwerp past? Stuur ons de tekening, wij denken kosteloos mee en leveren de felsplaten op maat aan.