Klikzink

Felsplaten of EPDM op een villadak

Bij een villa met een fors, plat of flauw hellend dakvlak dat vanaf de weg in één keer te overzien is, komen felsplaten en EPDM allebei ter sprake. Beide zijn geschikt voor lage hellingen, beide gaan lang mee en beide worden vaak genoemd als het gaat om een strak, rustig dakbeeld. Toch is de vraag welke van de twee hier past niet in de eerste plaats een vraag over materiaal, maar over helling en aanzicht. Dat maakt de afweging bij een villa anders dan bij een schuur of een bedrijfshal, waar niemand van de weg af het dak ziet liggen.

De helling bepaalt wat er kan

Felsplaten zijn toepasbaar vanaf een helling van zes graden. Onder die grens werkt de fels niet meer waterdicht genoeg en is EPDM de enige logische keuze. Bij nul tot zes graden, dus bij een vlak of nagenoeg vlak dak, valt de keuze dus eigenlijk al: dat wordt EPDM. Bij een villa met een plat dak achter een borstwering, waarbij het dakvlak niet of nauwelijks zichtbaar is vanaf de straat, speelt het aanzicht geen rol en is EPDM meestal de eenvoudigste en meest voordelige oplossing.

Bij een villa met een dakvlak dat wél goed te zien is, ligt dat anders. Een kap met vier graden helling die vanaf de oprit of vanaf de weg zichtbaar is, krijgt met EPDM een egale, naadloze folie die van veraf als één grijs of zwart vlak oogt. Dat kan precies de bedoeling zijn: rustig, ingetogen, zonder lijnen. Maar zodra de helling boven de zes graden komt, en zeker rond de tien tot vijftien graden die bij villa's met een licht hellend dak vaak voorkomen, wordt de keuze minder vanzelfsprekend. Vanaf die helling is EPDM nog steeds mogelijk, maar felsplaten kunnen er ook, en dan gaat het gesprek niet meer over wat waterdicht blijft, maar over wat er te zien is.

Waarom de baanindeling hier ontwerp is en geen detail

Bij een schuur of loods bepaalt de aannemer de richting en de lengte van de banen felsplaat meestal zelf, op basis van wat het snelst en het zuinigst legt. Bij een villa met een groot dakvlak dat in zijn geheel vanaf de weg te zien is, is dat geen goede volgorde. De banen felsplaat lopen van goot naar nok en zijn leverbaar op maat tot acht meter; bij een dakvlak van bijvoorbeeld zes meter diep kan dat dus in één ononderbroken lengte, zonder dwarsnaad. De breedte van elke baan is vast: 475 millimeter werkende breedte. Dat betekent dat het aantal felsnaden op een dakvlak precies uit te rekenen is, en dat de plaatsing van die naden ten opzichte van dakramen, schoorstenen of een symmetrieas in de gevel een keuze is die vooraf gemaakt moet worden, niet iets dat vanzelf goed uitpakt.

Een voorbeeld. Een villa met een zadeldak van veertien graden, twaalf meter breed, gezien vanaf de weg pal in het midden van de voorgevel. Wie de felsbanen gewoon vanaf de linker gootrand laat beginnen, krijgt een verspringing die niet in het midden van de nok uitkomt: een naad net naast de nokpunt, zichtbaar asymmetrisch. Wie vooraf uitrekent hoeveel banen van 475 millimeter nodig zijn en de indeling centreert op de nok, krijgt een symmetrisch beeld met desnoods twee iets smallere randbanen aan de zijkanten, die vanaf de weg niet opvallen. Dat is een tekenkeuze, geen uitvoeringskeuze, en die moet gemaakt zijn voordat er wordt gewalst. Bij EPDM speelt die vraag niet: de folie wordt aan elkaar gelast tot één vlak zonder zichtbare naden, en de baanbreedte van de rol is geen ontwerpgegeven maar een productiegegeven dat de dakdekker oplost.

Dat verschil is precies waarom de keuze tussen de twee bij een villa met een groot zichtbaar dakvlak niet alleen over waterdichtheid gaat. Wie voor felsplaten kiest, kiest ook voor een dak met lijnen erin, en die lijnen zijn ontwerp. Wie voor EPDM kiest, kiest voor een vlak zonder lijnen. Beide kunnen bij een villa passen; het hangt af van wat er bedoeld is met het aanzicht.

Wanneer EPDM ook bij een zichtbaar dak de betere keuze is

Er zijn villa's waar een dakvlak wél zichtbaar is, en EPDM toch de voor de hand liggende keuze blijft. Een dak met veel doorbrekingen, zoals meerdere lichtkoepels, dakramen en een schoorsteen dicht bij elkaar, is met EPDM eenvoudiger rondom af te werken dan met felsplaten, waarbij elke doorbreking de baanindeling opnieuw beïnvloedt. Ook een dak met een sterk gebogen vorm, waarbij de kromming niet in één richting loopt, laat zich met een folie makkelijker volgen dan met een stalen plaat die maar in één richting buigt. En bij een helling die vlak bij de grens van zes graden ligt, zeg zeven of acht graden, geeft EPDM meer marge: een detail dat niet helemaal vlak uitvalt, blijft met een folie eerder waterdicht dan met een fels die afhankelijk is van voldoende afschot.

Omgekeerd is felsplaat de betere keuze zodra de helling ruim boven de zes graden ligt en het dakvlak een herkenbare vorm mag krijgen: een kap met nok en gootlijnen, waar de richting van de banen het aanzicht ondersteunt in plaats van verstoort. Bij een villa met een traditionele kapvorm, ook al is die met flauwe helling uitgevoerd, ogen felsplaten vaak passender dan een egale folie, omdat de lijnen in de plaat de vorm van het dak benadrukken in plaats van wegpoetsen.

Wat dit betekent voor de tekening

Omdat de baanindeling bij een villa met een zichtbaar dakvlak een ontwerpkeuze is, loont het om die indeling te laten meetekenen voordat er wordt besteld. Wij denken daarin mee op basis van een tekening, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn, en leveren de platen vervolgens op de millimeter in de lengte die de tekening vraagt. Dat voorkomt dat er op het dak zelf nog geschoven moet worden met de indeling, wat bij een dakvlak dat vanaf de weg te zien is niet meer te herstellen is zonder dat het opvalt.

Wilt u weten of de helling van uw dak de grens van zes graden haalt, of wilt u de baanindeling laten uitwerken op een tekening van uw dakvlak, dan kunt u contact opnemen met Klikzink in Ede.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink