Klikzink
Bij een bedrijfsloods komen felsplaten en EPDM regelmatig samen op de vergelijkingslijst, maar in de praktijk sluit de dakhelling vaak al een van de twee uit voordat er over kleur, kosten of uitstraling gesproken is. Felsplaten kunnen vanaf zes graden dakhelling toegepast worden. Onder die grens werkt het systeem niet meer betrouwbaar: hemelwater blijft te lang op de fels staan en de aansluitingen zijn niet berekend op die belasting. EPDM heeft die ondergrens niet. De rubberfolie kan op nagenoeg vlakke daken liggen, met een minimale afschot van enkele millimeters per meter om plasvorming te beperken. Bij een loods met een zadeldak van tien of vijftien graden is er dus keuze. Bij een loods met een vlak dak of een dak met minimaal afschot valt die keuze eigenlijk al voordat u er goed over heeft nagedacht: dan is EPDM het uitgangspunt.
De reden dat wij dit vooropstellen, is dat we regelmatig een aanvraag krijgen voor felsplaten op een dak dat bij nader meten net onder de zes graden ligt. Dat is geen kwestie van net iets steviger bevestigen of een extra laag onderdak toevoegen. Het is een systeem dat is ontworpen om water snel af te voeren over de fels, en dat werkt niet bij vrijwel vlakke oppervlakken. Wie dan toch per se een metalen uitstraling wil, kan beter kijken naar een licht hellend deel van het dak, of accepteren dat een deel van het dak in EPDM wordt uitgevoerd en een ander deel in felsplaten. Dat combineren komt op loodsen vaker voor dan je zou denken, vooral bij gebouwen met een plat middendeel en hellende zijkappen.
De lengte van het dakvlak is het tweede punt waar deze twee systemen zich anders gedragen, en dat speelt bij een loods sterker dan bij vrijwel elk ander gebouw. Loodsdaken zijn vaak twintig, dertig, soms wel zestig meter lang in de richting van de afwatering. Felsplaten worden geleverd op maat, van 450 tot 8000 millimeter, en dat is precies waarom het systeem hier goed past: een enkele baan kan het hele dakvlak overspannen, van de goot tot de nok, zonder overlappende lasnaden. Bij EPDM ligt dat anders. De folie wordt in banen aangebracht en die banen moeten aan elkaar gelast worden. Bij een dakvlak van dertig meter komen er dus lasnaden in het vlak, en de kwaliteit van die lassen bepaalt in belangrijke mate hoe het dak zich houdt over de jaren. Een goed gelaste naad is geen zwak punt, maar het is wel een extra variabele die bij felsplaten simpelweg niet aan de orde is als de plaat de volledige lengte aankan.
Staal zet uit bij temperatuurwisselingen, en bij een baan van tientallen meters loopt die uitzetting op tot een aantal centimeters over het jaar. Klikfelsplaten zetten ongeveer half zoveel uit als zink, wat helpt, maar het probleem verdwijnt niet. Op een lang dakvlak moet de bevestiging die beweging kunnen opvangen zonder dat de fels gaat trekken of de plaat gaat golven. Dat gebeurt met klemmen onder de fels die een stukje kunnen meebewegen, in combinatie met een verdeling van vaste en glijdende bevestigingspunten over de lengte van de baan. Bij een loods van vijftig meter is die verdeling geen bijzaak maar een rekenexercitie: waar zit het vaste punt, hoeveel millimeter moet er aan beide kanten kunnen schuiven, en hoe verhoudt zich dat tot de ondersteuningsafstand van de gordingen. EPDM heeft dat vraagstuk niet op dezelfde manier. Rubber werkt de temperatuurschommeling anders weg, over de hele oppervlakte verspreid in plaats van geconcentreerd in een aantal bevestigingspunten. Bij een heel lang, laag hellend dakvlak is dat een reëel voordeel van EPDM: er is minder om te berekenen en minder wat mis kan gaan als die berekening niet goed is uitgevoerd.
Daar staat tegenover dat felsplaten op een dakvlak dat wél voldoende helling heeft, minder onderhoud vragen aan het oppervlak zelf. De coating van 50 micrometer op verzinkt staal is bestand tegen UV en weersinvloeden zonder dat er een periodieke behandeling nodig is. EPDM veroudert ook, maar anders: de folie kan na verloop van jaren kwetsbaarder worden op plekken met veel zon, en lasnaden zijn de plek waar dat verouderingsproces als eerste zichtbaar wordt. Bij een loods met veel installaties op het dak, airco-units, leidingwerk, doorvoeren, komen er ook meer doorvoeren door het membraan, en elke doorvoer in EPDM is een detail dat goed afgewerkt moet zijn en blijven. Bij felsplaten worden dergelijke doorvoeren meestal net zo zorgvuldig uitgevoerd, maar het aantal kwetsbare punten in het vlak zelf is kleiner omdat de platen over de volle lengte kunnen doorlopen.
Er is nog een praktisch punt dat bij loodsen vaak de doorslag geeft, en dat is de ondergrond. Op een bestaande loods met een stalen dakconstructie worden felsplaten met zelfborende schroeven op de gording bevestigd, of op een houten regelwerk met gewone schroeven. Dat vraagt een draagconstructie die de puntbelasting van die bevestiging aankan. EPDM wordt meestal los gelegd, mechanisch bevestigd of verkleefd op een dakplaat of isolatieplaat, en verdeelt de belasting anders over het vlak. Bij een lichte stalen dakconstructie die niet berekend is op geconcentreerde bevestigingspunten, kan dat verschil de keuze beïnvloeden, los van de hellingshoek.
De eerlijke conclusie is dat de dakhelling meestal al bepaalt in welke richting u moet zoeken, en dat de lengte van het dakvlak vervolgens bepaalt hoe zwaar de uitvoering daarvan wordt uitgewerkt. Bij een hellend dak vanaf zes graden met een lang, ononderbroken dakvlak is een felsplaat in één baan een directe, overzichtelijke oplossing waarbij de uitzetting het enige is dat goed doorgerekend moet worden. Bij een vlak of nagenoeg vlak dak is EPDM het systeem dat wél werkt, en is felsplaten geen alternatief maar een verkeerde keuze. Wilt u weten aan welke kant van die grens uw loodsdak valt, dan kijken wij dat kosteloos met u na op basis van een tekening of een paar foto's van het dak.