Klikzink

Felsplaten op een zadeldak van een kantoorunit

Een zadeldak op een kantoorunit is in de basis de eenvoudigste vorm die er is: twee rechte vlakken die tegen elkaar aan hellen en samenkomen in een nok. Geen hoeken, geen kilgoten, geen dakkapel die de indeling verstoort. Juist omdat het zo simpel is, valt hier meteen op als de maatvoering niet klopt. Bij een gebouw met veel breuken vallen kleine onregelmatigheden weg tussen de andere lijnen. Bij een zadeldak op een unit ziet u in één oogopslag of de banen netjes doorlopen of dat er ergens een sprong in zit.

Waarom de fabrieksmaat hier de regie voert

Een kantoorunit is meestal geen gebouw dat ter plekke is opgetrokken, maar een constructie die in de fabriek is gemaakt en op transport gezet, of die is opgebouwd uit gestapelde modules. Dat betekent dat de afmetingen van het dak al vastliggen voordat er over de bedekking wordt nagedacht. Een dakvlak van, laten we zeggen, 3000 millimeter lang is nu eenmaal 3000 millimeter, en niet de maat die het mooiste bij een standaard platenbreedte past.

Bij felsplaten is dat geen probleem, omdat wij ze op maat leveren, van 450 tot 8000 millimeter, tot op de millimeter nauwkeurig. De werkende breedte van 475 millimeter is het uitgangspunt, maar de lengte van de baan volgt de lengte van het dakvlak. Voor een zadeldak op een unit betekent dit meestal dat elke baan van goot tot nok in één stuk loopt, zonder lasnaad halverwege. Dat is een uitkomst die u bij een pannendak of bij bitumen in banen niet krijgt: daar bepaalt de standaardmaat van het materiaal waar de naden vallen, hier bepaalt het dakvlak de maat van het materiaal.

De praktijk laat zien waarom dat prettig werkt. Stel, een unit van 8 bij 12 meter met een nokrichting over de lange zijde. Het dakvlak is dan ongeveer 6,2 meter lang, aangenomen dat de nok in het midden ligt en er een overstek is. Met felsplaten op maat lopen de banen in doorlopend van goot tot nok, netjes naast elkaar, in de kleur die u kiest: Nordic Night Black, Slate Grey of Metallic Dark Silver, alle drie met een lage glansgraad die niet opvalt tussen ander straatmeubilair op een bedrijventerrein.

De baanindeling bij twee vlakken

Omdat er maar twee vlakken zijn, is de indeling van de banen een kwestie van rekenen en verdelen. Bij een dakvlak van 6,2 meter breed gaat u uit van banen van 475 millimeter werkende breedte, wat op ongeveer dertien hele banen uitkomt, met een reststrook die u het beste in het midden of aan een minder in het zicht lopende rand plaatst. Bij een zadeldak met twee identieke vlakken werkt het prettig om de indeling op beide vlakken gelijk te houden, zodat de nok een symmetrisch beeld geeft.

De richting van de banen volgt bij een zadeldak vrijwel altijd de helling: van goot naar nok. Dat is ook de richting waarin regenwater afloopt, en de fels, die haaks opstaat en 35 millimeter hoog is, vormt op die manier een doorlopende opstaande naad die het water begeleidt zonder dat er ergens een dwarsnaad in het vlak ligt waar water tegen kan opstuwen. Bij een unit met een beperkte dakhelling, en dat komt voor, is dit een van de redenen waarom felsplaten al vanaf zes graden helling toepasbaar zijn: de opstaande fels vangt water op dat bij een liggende naad sneller een probleem zou zijn.

De details op de nok en de randen

De nok van een zadeldak is het punt waar de twee vlakken samenkomen, en bij een unit is dit vaak een eenvoudige, rechte lijn zonder onderbrekingen door schoorstenen of dakramen. Dat maakt het nokdetail zelf niet ingewikkeld, maar het moet wel goed aansluiten op de banen die er vanaf beide zijden tegenaan komen. De felsen van de platen aan beide zijden van de nok worden afgewerkt met een nokkap die de aansluiting waterdicht maakt en tegelijk de doorlopende lijn van het dak afmaakt.

De rand aan de goot is het punt waar in de praktijk het meest misgaat, en dat geldt niet alleen voor units. Bij een dakvlak dat eindigt in een overstek moet de plaat zo worden afgewerkt dat het water goed in de goot terechtkomt en niet achter de bekleding van de gevel omlaag loopt. Bij units die gestapeld zijn, of die tijdelijk op een locatie staan en later weer verplaatst worden, zien we soms dat de gootrand oorspronkelijk is uitgevoerd voor een lichter dakbedekkingssysteem, bijvoorbeeth een dunne bitumenlaag, en dat de aansluiting niet is doordacht op een plaatmateriaal met een fels van 35 millimeter hoog. Dat is oplosbaar, maar het vraagt dat de aannemer dit vooraf meet en niet er tijdens de montage achter komt.

De randen aan de zijkanten van het dak, waar het dakvlak eindigt tegen de gevel, vragen bij een zadeldak om een windveer die de rand van de laatste baan afdekt en het geheel visueel afrondt. Bij een unit met een rechte, strakke gevel is dit meestal een eenvoudige lijnvoering, zonder inspringende delen of doorbrekingen. Precies om die reden valt een onzorgvuldige afwerking hier extra op: er is niets dat de aandacht afleidt.

Waar het misgaat bij verplaatsbare en gestapelde units

Het meest voorkomende probleem bij dit gebouwtype zit niet in het felswerk zelf, maar in de aanname dat de ondergrond overal even stevig en vlak is. Units worden vaak in de fabriek voorzien van een dakconstructie die functioneel is voor transport en stapeling, maar niet per definitie strak vlak volgens de toleranties die je bij een gemetseld gebouw zou verwachten. Een lichte welving of een verzakking van enkele millimeters over de lengte van het dakvlak is bij een pannendak nauwelijks te zien, maar bij een strak stalen vlak met rechte lijnen zichtbaarder.

Een ander punt waar het misgaat, is de bevestiging. Op een houten dakconstructie werken we met schroeven, op een stalen dakconstructie met zelfborende schroeven, en de klemmen die de fels vasthouden blijven in beide gevallen onder de plaat verborgen, zodat er geen schroeven in het zicht komen. Bij een unit met een dun stalen dakframe is het van belang dat de klemmen op een ondergrond worden bevestigd die voldoende draagkracht heeft; een te dunne of te ver doorbuigende plaat onder de klem geeft op termijn speling. Dit is precies het soort detail dat een aannemer die gewend is aan bitumen op units niet vanzelf meeneemt, omdat bitumen die eis niet stelt.

Ook de uitzetting is een aandachtspunt, al is die bij felsplaten beperkter dan bij zink: staal zet ongeveer half zoveel uit. Bij een dakvlak van een paar meter, zoals bij de meeste units, speelt dit in de praktijk een kleinere rol dan bij een lang aaneengesloten bedrijfshal, maar de fels is wel ontworpen om die beweging op te vangen zonder dat de plaat gaat klapperen of los komt.

Wanneer een zadeldak niet de eenvoud biedt die u zoekt

Hoewel twee vlakken en één nok in theorie de eenvoudigste indeling is, geldt dat niet automatisch voor elke unit. Bij combinaties van meerdere units naast of op elkaar, met verschillende dakhoogtes, ontstaan er vaak aansluitingen tussen dakvlakken die niet meer als één simpel zadeldak te lezen zijn. In dat geval is de vraag niet meer hoe de baanindeling op één zadeldak eruitziet, maar hoe de dakvlakken van verschillende units op elkaar aansluiten, en dat vraagt een andere aanpak dan hier beschreven.

Wat u nu kunt doen

Heeft u de tekening van het dakvlak van de unit, compleet met de lengte van goot tot nok en de breedte van het vlak? Dan kunnen wij daarop de baanindeling doorrekenen en aangeven welke platen op maat besteld moeten worden, inclusief de afwerking van nok, goot en zijranden. Dat meedenken op tekening kost niets, en u weet vooraf waar u aan toe bent voordat er iemand met een rolmaat op het dak staat.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink