Klikzink
Bij een dakkapel wordt de opbouw onder de felsplaten vaak als bijzaak behandeld. Het vlak is klein, de plaat is snel gelegd, en de aandacht gaat naar de baanindeling en de aansluitingen. Toch bepaalt die opbouw eronder net zo goed hoe het dak zich de komende jaren gedraagt, en bij een dakkapel spelen daarbij andere overwegingen dan bij een groot dakvlak. De ruimte is beperkt, de opstaande randen liggen dicht op elkaar, en wat u eronder kiest werkt direct door in de hoogte van de kilgoten en de aansluiting op de kozijnen.
Een dakkapel is meestal een bijgebouwtje op een woning die al jaren bewoond wordt, en de vraag is dan niet alleen hoe lang het dak moet meegaan, maar ook hoeveel opbouw er nog bij kan zonder dat de verhoudingen scheef gaan. Bij een nieuw dak op een nieuwbouwwoning is er ruimte om de opbouw mee te ontwerpen. Bij een bestaande dakkapel ligt er vaak al een dakbeschot, een laag oude bitumen of een dun isolatiepakket, en moet de nieuwe opbouw daar bovenop of daartussen passen zonder dat het dakkapelvlak boven de goot van het hoofddak uit gaat steken.
De felsplaat zelf gaat, bij normaal onderhoud, lang mee, onafhankelijk van wat u eronder legt. Wat wel verschilt naar gebruiksduur is de ondergrond en de isolatie. Bij een dakkapel die u over vijf tot tien jaar toch laat vervangen, omdat er dan een dakopbouw of een volledige renovatie gepland staat, is een eenvoudige opbouw met een dunne isolatielaag op bestaand beschot voldoende. U betaalt dan niet voor een pakket dat zijn waarde nooit terugverdient.
Bij een dakkapel die blijft staan zolang de woning er staat, ligt dat anders. Daar loont het om de isolatie op het niveau te brengen dat ook voor de rest van het dak geldt, met een goede dampremmende laag aan de binnenzijde en een geventileerde spouw of juist een warm dak zonder spouw, afhankelijk van hoe de kap verder is opgebouwd. Het verschil zit niet in de felsplaat, die ligt er in beide gevallen hetzelfde bij, maar in wat u eronder aanbrengt en hoe lang dat meegaat voordat het aan vervanging toe is.
Wat een dakkapel onderscheidt van een regulier dakvlak is de maat. We hebben het hier over enkele vierkante meters, verdeeld over twee schuine vlakken en soms een voorvlak. Onze platen zijn leverbaar op de millimeter, van 450 tot 8000 millimeter, en juist bij zo'n klein vlak benutten we die vrijheid volledig. Een baan die scheef uitkomt op de kilgoot of ongelijk afsteekt bij de boeideel is op een groot dak nauwelijks te zien, maar op een dakkapel van twee bij drie meter valt dat direct op vanaf de straat.
De opbouw eronder moet die symmetrie mogelijk maken. Als de isolatie in ongelijke dikte is aangebracht, of als het beschot bol staat door een oude, verzakte laag, dan komt de fels niet meer recht te liggen en is de baanindeling niet meer te redden met een goede maatvoering alleen. We meten daarom het vlak op nadat de opbouw is aangebracht, niet ervoor. Bij een dakkapel die al langer meegaat, met een bestaand beschot dat op sommige plekken is bijgewerkt, komt dat verschil in dikte al snel voor. Een centimeter oneffenheid over de breedte van een dakkapel van twee meter is procentueel veel meer dan diezelfde centimeter op een dak van tien meter breed.
Er is een praktische grens aan wat er bij een dakkapel bij kan. Een dakkapel heeft een vaste hoogte tussen de onderkant van het kozijn en de daklijn van het hoofddak, en die maat is al vastgelegd op het moment dat de kapel gebouwd is. Wilt u de isolatie naar een dikker pakket brengen, dan gaat dat ten koste van de vrije hoogte binnen, of de felsplaat komt hoger te liggen dan de rand van het bestaande dakvlak, wat er van buiten onaf uitziet.
Bij een vrijstaande loods of een groot dakvlak is die ruimte er wel; daar kan de isolatie zonder gevolgen voor het aanzicht dikker worden uitgevoerd. Bij een dakkapel adviseren wij dan ook regelmatig om het isolatiepakket te beperken tot wat er in de bestaande hoogte past, en de rest van het energieverlies via andere maatregelen op te vangen, zoals een betere dampremmende laag of naden die beter zijn afgedicht. Een dikkere laag proberen te forceren in een te lage kapel levert vaak een dakkapel op die er bij de dakrand net niet goed uitziet, en dat valt op omdat het vlak zo klein en zo zichtbaar is.
De klemmen onder de fels hebben ook met die opbouw te maken. Ze worden op de juiste hoogte bevestigd, op hout met schroeven en op stalen ondergrond met zelfborende schroeven, en die hoogte moet aansluiten op de dikte van de isolatie en het beschot daaronder. Is die opbouw ergens dunner dan elders, dan komt de klem daar anders te zitten en loopt de fels niet meer strak door. Bij een dakkapel met zijn korte baanlengtes is dat sneller te zien dan bij een lang dakvlak waar zo'n verschil zich over meters kan uitsmeren.
Als u een dakkapel laat voorzien van felsplaten, is het nuttig om vooraf te weten hoe lang de kapel nog moet meegaan en of er op termijn een verbouwing gepland staat. Dat bepaalt of een eenvoudige opbouw voldoet of dat een pakket voor de lange termijn logischer is. Neem ook de maten van het dakkapelvlak op, inclusief eventuele oneffenheden in het bestaande beschot, zodat de baanindeling vooraf klopt in plaats van achteraf bijgeschaafd te worden. Wij denken op basis van een tekening mee over de indeling en de opbouw, zonder dat dit u iets kost, en leveren de platen op maat aan zodat de fels op het dakkapelvlak recht en symmetrisch uitkomt.