Klikzink
Een tiny house produceert per vierkante meter woonoppervlak veel meer vocht dan een gewoon huis. Douchen, koken, ademen en slapen leveren in een woning van dertig vierkante meter dezelfde hoeveelheid waterdamp op als in een woning van honderd vierkante meter, maar er is veel minder lucht om die damp in te verspreiden en veel minder buitenschil om hem doorheen te laten ontsnappen. Dat is de kern van het probleem: niet de hoeveelheid vocht is anders, maar de verhouding tussen vocht en volume. Bij een gewoon huis met felsplaten op het dak gaat het over regenwater dat buiten moet blijven. Bij een tiny house gaat het net zo goed over vocht van binnenuit dat een weg naar buiten moet vinden, en dat vraagt om een andere manier van kijken naar de dakopbouw.
In een tiny house zit de warme, vochtige lucht van binnen vaak maar een paar centimeter isolatie verwijderd van de koude buitenlucht. Waar die twee elkaar ontmoeten, in de dakopbouw, kan waterdamp condenseren zodra de temperatuur onder het dauwpunt zakt. Dat gebeurt het snelst op een koud oppervlak vlak onder de dakbedekking, en dat is precies waar de onderzijde van een felsplaat zich bevindt. Een stalen plaat isoleert zelf niet en warmt en koelt snel mee met de buitentemperatuur. Zonder een correct opgebouwde onderconstructie condenseert vocht dus rechtstreeks tegen de plaat, en dat druppelt of trekt vervolgens de isolatie in.
De oplossing ligt niet in de felsplaat zelf, maar in de laag die erop volgt naar binnen toe: een dampopen onderdak of folie die wind en eventueel doorslaand vocht tegenhoudt, maar waterdamp van binnen wel doorlaat, gecombineerd met een geventileerde luchtspouw tussen dat onderdak en de plaat. Die spouw, meestal een paar centimeter, laat lucht van de goot naar de nok stromen en voert opgevangen vocht af voordat het kans krijgt zich op te hopen. Aan de binnenzijde hoort een dampremmende laag die voorkomt dat te veel vochtige lucht de constructie überhaupt bereikt. Ontbreekt een van die lagen, dan lost een duurdere of dikkere plaat het probleem niet op. Wij leveren de felsplaten; de opbouw daaronder bepaalt of condens een probleem wordt of niet, en dat gesprek voeren wij liever vooraf dan achteraf.
Bij een gewoon huis kan een enkele verkeerd geplaatste ventilatieopening of een klein lek in de dampremmende laag verdwijnen in de totale oppervlakte van het dak. Bij een tiny house met een dakvlak van misschien tien tot twintig vierkante meter is dat anders: één fout telt relatief veel zwaarder mee. Een tiny house heeft vaak nog maar twee, drie of vier banen felsplaat op het hele dak liggen. Ontbreekt bij die ene baan langs de nok een correcte doorvoer voor de ventilatie, dan is dat niet een klein plekje risico maar een aanzienlijk deel van het dakoppervlak dat niet goed geventileerd wordt.
Dat kleine oppervlak heeft ook als voordeel dat de opbouw eenvoudig te overzien en te controleren is. Bij de bouw van een tiny house is het voor de aannemer of de eigenaar zelf vaak goed te zien of de luchtspouw over de volle lengte doorloopt, of de folie aan onder- en bovenzijde goed aansluit, en of de nokafwerking niet per ongeluk de ventilatie afsluit. Waar dat bij een groot dak soms aan het toeval van de uitvoerder wordt overgelaten, is bij een tiny house de kans groter dat wie het zelf bouwt of laat bouwen, de details ook echt narekent. Wij denken op tekening mee over hoeveel banen nodig zijn en waar de overlappen komen, juist omdat bij zo weinig banen iedere naad en iedere aansluiting een aandeel heeft in het geheel dat te groot is om te negeren.
Bij een tiny house op wielen is er een tweede overweging die bij een vast gebouw niet speelt: het totaalgewicht. Een felsplaat weegt ongeveer vijf kilo per vierkante meter, wat op een dakvlak van vijftien vierkante meter neerkomt op iets van vijfenzeventig kilo. Dat is op zichzelf niet veel, maar het telt mee in de optelsom van chassis, wanden, isolatie, installaties en interieur, en bij een verplaatsbaar tiny house is die optelsom aan een maximum gebonden dat samenhangt met het chassis en met wat een trekkend voertuig aankan.
Waar dat gewicht ook een rol speelt, is bij de keuze voor de ventilatieoplossing zelf. Een zwaardere, dikkere onderconstructie met extra isolatie om condensrisico te compenseren voegt kilo's toe die bij een tiny house eerder gaan knellen dan bij een gebouw dat op een fundering staat. Dat pleit ervoor de ventilatie functioneel op te lossen, met een goed werkende spouw en de juiste damplagen, in plaats van het probleem te willen overisoleren of te verzwaren. Een lichte plaat zoals felsplaat helpt om binnen het gewichtsbudget te blijven, maar dat voordeel verdwijnt weer als de opbouw daaronder zwaarder wordt gemaakt dan nodig is om vocht te compenseren dat eigenlijk via ventilatie had moeten verdwijnen.
Een tiny house met een heel plat dak, met een helling onder de zes graden, valt af voor felsplaten: bij die hellingshoek is de kans op opstuwend water bij de felsnaden te groot, en dan is een andere dakbedekking passender. Ook een tiny house dat vooral in een vochtige, beschaduwde omgeving staat, tussen bomen of tegen een berghelling, vraagt om extra aandacht voor de ventilatie onder de plaat, en soms is de eenvoudigste oplossing daar een dikkere spouw in plaats van een andere plaat. En bij een tiny house dat permanent op één plek staat en dus niet meer verplaatst hoeft te worden, weegt het argument van het gewicht minder zwaar, waardoor er dan meer ruimte is om te kiezen voor een dikkere isolatieopbouw als dat de ventilatie ten goede komt.
Op de pagina over felsplaten op een tiny house gaan wij dieper in op de plaat zelf en de toepassing in het algemeen; deze pagina gaat specifiek over de combinatie van vocht, ventilatie en het beperkte gewicht en oppervlak van een tiny house.
Wilt u weten of de dakopbouw die u voor ogen hebt, condens buiten de deur houdt zonder dat het gewicht uit de hand loopt? Stuur ons een schets of een tekening van de dakconstructie. Wij kijken mee naar de opbouw van binnen naar buiten, denken mee over de indeling van de banen op uw specifieke dakvlak, en dat kost u niets.