Klikzink

Schuur of bijgebouw een moderne uitstraling geven

Een schuur of bijgebouw is meestal het kleinste bouwwerk op het erf, maar het is vaak wel het eerste dat opvalt. Het staat dichter bij de oprit, lager bij de grond, en heeft geen bomen of gevelgroen die de vorm verzachten. Waar bij een woonhuis de verhoudingen door de hoogte en de ramen al iets doen, moet een schuur het vooral hebben van het dakvlak en de lijnen daarin. En precies dat maakt het verschil tussen een gebouw dat oogt als een bijgebouw en een gebouw dat oogt als een bewuste keuze.

Felsplaten hebben een fels van 35 millimeter die haaks rechtop staat, op regelmatige afstand over het dak of de gevel. Die lijnen lopen mee met de kaplijn, van goot naar nok of van onder naar boven bij een verticale toepassing. Bij een klein gebouw met een beperkt dakvlak zie je die lijnen in één oogopslag, en dat is een ander effect dan bij een groot dak waar het patroon oplost in het geheel. Op een schuur van vijf bij zes meter telt elke baan mee in het totaalbeeld. Dat is meteen de reden waarom deze toepassing zo dankbaar is: je hoeft niet veel oppervlak te bewerken om een heel ander gebouw te krijgen.

Het materiaal is dun, vlak en heeft geen reliëf zoals een dakpan dat wel heeft. Er is geen schaduwwerking van overlappende pannen, geen golving, geen textuur die van dichtbij afwijkt van veraf. Dat vlakke karakter, gecombineerd met een mat oppervlak zonder glans, zorgt voor een rustig beeld. Geen highlights die opvallen bij laagstaande zon, geen glimmende plekken die de aandacht trekken. Een schuur met felsplaten oogt daardoor eerder als een strak volume dan als een dak met een bekleding erop.

De schaal van het gebouw en de schaal van het materiaal

Bij een klein gebouw werkt een groot materiaal al snel te log, en een te fijn patroon kan juist onrustig ogen. De werkende breedte van 475 millimeter zit daar precies tussenin: groot genoeg om als vlak te lezen, fijn genoeg om als lijnenspel te functioneren. Op een schuur van een paar meter breed levert dat een handvol banen op, en dat aantal is meestal precies genoeg om het gebouw een duidelijke richting te geven zonder dat het patroon gaat overheersen.

Omdat de platen op maat gewalst worden, tot op de millimeter, past de plaatbreedte zich aan de afmeting van het dakvlak aan in plaats van andersom. Dat voorkomt een rafelrandje aan de zijkant, waar bij standaardmaten vaak een smal reststrookje overblijft dat het beeld verstoort. Bij een klein bijgebouw valt zoiets extra op, juist omdat er weinig oppervlak is om het te verdoezelen.

Waarom dit gebouw andere eisen stelt dan het hoofdgebouw

Een schuur of bijgebouw zonder verwarming en zonder verblijfsfunctie heeft, bouwkundig gezien, weinig nodig. Er is geen groot temperatuurverschil tussen binnen en buiten, geen stoomdruk vanuit een woonruimte, geen noodzaak om te isoleren tegen warmteverlies waar niemand het merkt. De technische eisen aan de constructie zijn dus licht. Maar het beeld dat het gebouw moet uitstralen, staat daar volledig los van. Een schuur naast een woning met een moderne, strakke uitvoering oogt raar als de schuur zelf een verouderd of rommelig aanzicht heeft. Andersom geldt het net zo goed: een zeer moderne schuur naast een traditioneel woonhuis met rode pannen en witte kozijnen kan als een vreemde eend ogen, ook al is er technisch niets mis mee.

De opgave bij dit soort gebouwen is dus vrijwel altijd een beeldvraag, niet een technische vraag. Het gaat om de vraag of het bijgebouw bij het hoofdgebouw past, of er juist bewust een contrast wordt gezocht, en hoeveel gewicht de schuur in het totaalbeeld van het erf mag krijgen. Een architect of aannemer die hiermee te maken krijgt, doet er goed aan om niet alleen naar de schuur te kijken, maar naar de hele zichtlijn: vanaf de weg, vanaf de oprit, vanaf de tuin van de woning zelf.

Een voorbeeld uit de praktijk: een berging bij een jaren zeventig woning met een pannendak in een warme rode kleur. De eigenaar wilde de berging vervangen en koos voor felsplaten in Slate Grey, verticaal aangebracht op de gevel en horizontaal doorlopend over het dak. Het resultaat was een strak volume dat duidelijk als bijgebouw leesbaar bleef, maar wel een eigen, rustige uitstraling kreeg die niet vloekte met het warmere dak van het huis. De grijze kleur werkte als een neutrale schakel tussen het rode dak en de bakstenen gevel, zonder dat de schuur zelf om aandacht vroeg.

Wanneer een strak lijnenspel niet de juiste keuze is

Niet elk bijgebouw is gebaat bij dit beeld. Bij een schuur die bewust rustiek moet aansluiten op een boerderij met riet, gepotdekseld hout of een traditionele dakpan, kan een strak metalen dak met rechte lijnen een breuk in het beeld veroorzaken die niet te repareren is met een kleurkeuze. Het probleem zit dan niet in de uitvoering, maar in het uitgangspunt: een modern materiaal blijft modern ogen, ook in een donkere, ingetogen kleur.

Ook bij monumentale of beeldbepalende hoofdgebouwen ligt dit gevoelig. Een bijgebouw dat te veel opvalt door een sterk eigen karakter, kan de aandacht wegtrekken van het gebouw waar het bij hoort. In zulke situaties is het vaak beter om het bijgebouw juist terughoudend te houden, zodat het ondergeschikt blijft aan het hoofdvolume. Dat kan alsnog met felsplaten, maar dan in een uitvoering die zoveel mogelijk oplost in de omgeving, bijvoorbeeld door de kleur nauw te laten aansluiten bij het dak van het hoofdgebouw in plaats van er een contrast mee te vormen.

Een derde situatie waarin dit niet de aangewezen route is: wanneer de schuur nauwelijks zichtbaar is vanaf enig punt dat telt, bijvoorbeeld weggestopt achter een heg of aan de achterzijde van een perceel zonder inkijk. Dan is de vraag naar uitstraling minder relevant, en verschuift de keuze eerder naar praktische overwegingen zoals onderhoud of levensduur. Dat zijn vragen die op andere pagina's in deze kennisbank aan de orde komen.

De rol van kleur in het totaalbeeld

Binnen de drie beschikbare kleuren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, zit al een behoorlijke bandbreedte om het bijgebouw te laten aansluiten op of net af te laten steken bij het hoofdgebouw. Een donkere kleur zoals Nordic Night Black werkt vaak goed als het bijgebouw zich moet terugtrekken in het beeld, bijvoorbeeld tegen een achtergrond van bomen of een schaduwrijke plek op het erf. Metallic Dark Silver heeft door de fijne glinstering een net iets ander karakter en kan bij een moderne woning met veel glas en staal een logische aansluiting vormen. Slate Grey ligt daar qua uitstraling tussenin en combineert doorgaans het makkelijkst met bestaande baksteen- of dakkleuren.

Wat u nu kunt doen

Wilt u weten of een strak lijnenspel bij uw schuur of bijgebouw past, of juist botst met het hoofdgebouw op uw erf? Stuur een foto van de huidige situatie en een schets of tekening van het bijgebouw. Wij denken vrijblijvend mee over de kleur en de richting van de banen, en over de vraag of dit voor uw specifieke gebouw de juiste keuze is.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink