Klikzink

Felsplaten hoog en vrij in de wind

Wind trekt niet gelijk aan elke plaat. Een felsplaat op een dak dat vrij in het veld staat, krijgt andere krachten te verduren dan diezelfde plaat op een dak dat wordt beschut door de gebouwen ernaast. Dat verschil zit niet in de plaat zelf, maar in wat de wind onderweg tegenkomt voordat hij bij het dak aankomt. Bij klikfels bepaalt die windbelasting rechtstreeks hoe dicht de klemmen onder de fels op elkaar moeten staan. Hoe hoger de belasting, hoe korter de klemafstand. Dat is de kern van dit verhaal, en het is de reden waarom wij nooit een vaste klemafstand noemen zonder de situatie te kennen.

Waar de belasting vandaan komt

Drie dingen bepalen samen hoeveel kracht er op een dak of gevel komt te staan: de hoogte van het gebouw, de ligging in het landschap en de positie van het vlak op het gebouw. Een loods van vier meter hoog in een dorpskern met bebouwing rondom ondervindt aanmerkelijk minder wind dan een schuur van gelijke hoogte die alleen op een erf staat, met open weiland aan drie zijden. Hoogte werkt hetzelfde: hoe hoger het dakvlak boven maaiveld, hoe harder de wind er gemiddeld staat, en hoe groter de piekbelasting bij vlagen. En binnen één gebouw is de rand van een dak of gevel altijd zwaarder belast dan het midden, omdat daar de wind om de hoek grijpt en plaatselijk optrekt.

Deze drie factoren werken samen op te tellen. Een hoog gebouw dat ook nog vrijstaand is en waarvan we de randzone bekijken, zit in het zwaarste scenario dat er is. Dezelfde platen, dezelfde kleur, dezelfde plaatdikte van 0,55 mm, maar met een heel andere klemafstand nodig dan op een laag pand tussen andere panden.

Een vrijstaand hoog gebouw is geen rijtjeshuis

De vergelijking die het verschil het duidelijkst maakt: twee identieke loodsen, één ingebouwd in een rij bedrijfsunits, één alleenstaand op een industrieterrein aan de rand van de stad. Op papier is het dezelfde constructie. In de praktijk lopen de klemafstanden voor het dakvlak uiteen, omdat de vrijstaande loods de wind pal ontvangt terwijl de ingebouwde loods wordt afgeschermd door de units ernaast. Bij de vrijstaande variant moet de klemmenrij dichter op elkaar, vooral bij de dakranden en bij de hoeken.

Hetzelfde geldt voor gevels. Een verticaal aangebrachte klikfelsgevel op een silo die op zichzelf staat in het landschap krijgt een andere belasting dan een gevel op een gebouw dat tegen een hoger buurpand aan leunt. Wie alleen naar de hoogte van het gebouw kijkt en de omgeving negeert, rekent zich rijk of, vaker, veel te arm: dan wordt er onnodig zwaar en duur uitgevoerd waar het niet nodig is, of juist te licht waar het risico wel degelijk aanwezig is.

Wat dit betekent voor de klemafstand

De klemmen onder de fels houden de plaat op zijn plek. Bij lage windbelasting kan de afstand tussen de klemmen ruimer zijn; bij hoge windbelasting, zoals bij een hoog en vrijstaand gebouw, moet die afstand kleiner worden, met name in de randstroken van dak of gevel. Het midden van een groot dakvlak kan vaak nog met een ruimere klemafstand toe, terwijl de eerste en laatste baan langs de rand een aanmerkelijk dichtere klemzetting nodig heeft. Dat verschil binnen één dak wordt bij een vrijstaand hoog gebouw groter dan bij een gebouw dat in de luwte van andere bebouwing staat.

Dit is precies waarom wij nooit met een algemene klemafstand werken. Op tekening bekijken wij de hoogte, de ligging en de indeling van het vlak in randzone en middenzone, en leveren de platen op maat aan met een klemadvies dat bij die specifieke combinatie past. Dat meedenken op tekening kost niets, en het is bij een hoog en vrijstaand gebouw eerder nodig dan bij een laag gebouw tussen andere gebouwen.

Waar dit juist geen probleem is

Niet elk hoog gebouw is een zwaar geval, en niet elk vrijstaand gebouw is een probleem. Een gebouw van twee bouwlagen dat vrij staat maar in een beboste omgeving ligt, ondervindt door de beschutting van de bomen vaak minder wind dan een gebouw van gelijke hoogte op open terrein zonder enige beschutting. En een hoog gebouw dat weliswaar alleenstaand is, maar waarvan het dakvlak flauw hellend en breed is met de kwetsbare randen goed gedetailleerd, hoeft niet per definitie een zware klemzetting over het hele vlak te krijgen: vaak is het genoeg om alleen de randstroken aan te passen en het middenveld met de standaardafstand uit te voeren. Wie voor de zekerheid overal de zwaarste klemafstand aanhoudt, betaalt voor bescherming die op het grootste deel van het dak niet nodig is.

Omgekeerd is er ook een situatie waarin hoog en vrijstaand niet de doorslag geeft: bij een gevel die verticaal is aangebracht en aan de windzijde relatief kort is, kan de belasting lager uitvallen dan op een even hoog maar veel breder dakvlak van hetzelfde gebouw. De vorm en de oriëntatie van het vlak wegen dus net zo zwaar mee als de vraag of het gebouw vrij staat.

Per gebouwtype pakt dit anders uit

De manier waarop windbelasting en klemafstand samenkomen, verschilt per soort gebouw. Bij een agrarische loods met een groot, vlak dakoppervlak liggen de aandachtspunten anders dan bij een sporthal met een hoge nok, en weer anders dan bij een woning met een steil schilddak. Ook de context waarin het gebouw staat, bijvoorbeeld een bedrijventerrein, een polderlandschap of een stedelijke omgeving, verandert de uitkomst. Voor die specifieke situaties hebben wij afzonderlijke pagina's waarin we ingaan op wat daar precies telt.

Wat u nu kunt doen

Wilt u weten hoe dit voor uw gebouw uitpakt, stuur ons dan de bouwtekening met de hoogte, de ligging en de vorm van het dak- of gevelvlak. Wij kijken mee naar de indeling in randzones en middenzone en geven aan welke klemafstand daar logisch bij hoort, zonder dat dit iets kost. Zo weet u voordat de platen worden gewalst al waar u aan toe bent.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink